De FIA heeft bevestigd dat het budgetplafond in de Formule 1 vanaf 2026 met tientallen miljoenen omhooggaat. Waar teams nu 135 miljoen dollar per seizoen mogen uitgeven, stijgt dat bedrag naar ruim 215 miljoen.
Officieel gaat het niet om extra speelruimte, maar om kosten die al bestonden en nu binnen de regels worden meegeteld. Toch zijn de gevolgen groot en liggen de verhoudingen in de sport opnieuw onder een vergrootglas.
Het budgetplafond is sinds de invoering in 2021 een bron van discussie en drama. Red Bull ging destijds over de limiet heen en verdedigde zich met de beruchte uitleg dat het “cateringkosten” waren.
De FIA hield echter voet bij stuk: wie boven de grens uitkomt, schendt de regels, ongeacht hoe de uitgaven worden ingeboekt. Met de nieuwe verhoging rijst opnieuw de vraag of alle teams het gelijke speelveld dat ooit werd beloofd nog serieus nemen.
Volgens de FIA is de verhoging grotendeels het gevolg van inflatie en het meetellen van kosten die eerder buiten het plafond vielen. Het gaat onder meer om uitgaven die teams toch al deden.
Officieel betekent dit dus niet dat er meer geld in de sport komt, maar dat de bestaande realiteit beter wordt weerspiegeld. Toch klinkt er scepsis. De FIA erkent dat het budgetplafond inmiddels uit tientallen uitzonderingen en concessies bestaat.
In plaats van vijf of zes zijn er volgens de bond inmiddels zo’n twintig tot vijfentwintig uitzonderingen, wat de regels complex en lastig te handhaven maakt. Een woordvoerder van de FIA legde het als volgt uit:
“Het nieuwe niveau is gebaseerd op het startpunt van het huidige budgetplafond, plus de effecten van inflatie en het toevoegen van kosten die nu buiten het kader vallen. Het gaat dus niet om extra kapitaal, maar om een andere berekening.”
Wie profiteert en wie verliest
Op papier lijkt de verhoging vooral in het voordeel van de rijkere teams. Red Bull, Mercedes en Ferrari beschikken over diepe zakken en kunnen makkelijker schuiven met posten die nu binnen de cap vallen.
Kleinere teams als Haas en Williams zitten dichter tegen hun financiële limiet aan en zullen moeite hebben om de nieuwe bedragen te halen. Haas zat de afgelopen seizoenen al op de grens van wat financieel haalbaar was.
Voor Williams geldt hetzelfde, al heeft het team met investeerder Dorilton Capital meer mogelijkheden gekregen. De vrees bestaat dat de kloof tussen de top en de rest ondanks de regels opnieuw groter kan worden.
Belangrijk detail is dat niet alle kosten meetellen voor de cap. Salarissen van coureurs vallen er buiten, net als de drie best betaalde werknemers van elk team.
Ook uitgaven aan andere projecten – denk aan aerodynamica voor scheepvaart of technologieontwikkeling – kunnen buiten de boeken van de Formule 1 gehouden worden. Dat voedt het vermoeden dat topteams in de praktijk veel meer uitgeven dan de officiële cijfers doen geloven.
Er zijn al jaren geruchten dat sommige teams rond de 400 miljoen dollar per seizoen spenderen, maar dat slim boekhouden dit buiten de cap houdt. Met de nieuwe regels kan dat verschil nog verder oplopen.
De verhoging komt op een moment dat de sport zich voorbereidt op ingrijpende wijzigingen in 2026. Auto’s worden lichter, krijgen actieve aerodynamica en rijden op volledig duurzame brandstoffen.
Pirelli moet banden ontwikkelen die geschikt zijn voor uiteenlopende downforce-niveaus. Uit simulaties blijkt dat sommige teams al drie tot vier seconden sneller zijn dan de basisversie van de 2025-regelauto.
Pirelli ziet onderling verschillen van wel twintig procent in downforce, wat gelijkstaat aan vier seconden per ronde. Voor de bandenleverancier wordt het daardoor steeds moeilijker om compounds te maken die voor iedereen werken.
De bredere budgetruimte zou teams meer vrijheid geven om deze uitdagingen aan te pakken. Maar dat kan er ook toe leiden dat rijke teams sneller domineren, terwijl kleinere teams achterblijven.
Massa, Crashgate en een miljoenenclaim
Parallel aan het budgetnieuws sleept een oude kwestie opnieuw de sport voor de rechter. Felipe Massa eist 82 miljoen dollar schadevergoeding omdat hij naar eigen zeggen de rechtmatige wereldkampioen van 2008 is.
Volgens de Braziliaan had de Singapore Grand Prix, gemanipuleerd door Renault in het beruchte Crashgate-schandaal, ongeldig verklaard moeten worden.
Bernie Ecclestone betwijfelt of de rechtszaak kans van slagen heeft. Hij benadrukt dat Hamilton geen schuld had en dat Ferrari’s eigen pitstopblunder Massa cruciale punten kostte. Toch houdt de zaak de gemoederen bezig en kan ze de reputatie van de sport opnieuw schaden.
Er speelt ook positief nieuws. Romain Grosjean, die in 2020 ternauwernood ontsnapte aan een vuurzee in Bahrein, keert terug achter het stuur van een Formule 1-auto. Hij test samen met James Hinchcliffe in de Haas van 2023 op Mugello.
Ferrari is daar eveneens aanwezig om met een aangepaste auto banden voor Pirelli te testen. Ook Red Bull neemt deel. Voor Grosjean is de terugkeer bijzonder, vooral omdat hij een helm draagt die door zijn kinderen is ontworpen.
Verder zorgt Alpine voor opgetrokken wenkbrauwen door Instagram-posts over Franco Colapinto alleen in Argentinië zichtbaar te maken. Fans buiten Zuid-Amerika reageren verontwaardigd en voelen zich buitengesloten. Alpine verdedigde zich met de woorden:
“We houden van al onze fans, waar ze ook zijn. Maar we willen Franco in Argentinië op een dieper niveau verbinden met zijn volgers.”
De verklaring overtuigde weinig supporters, die zich afvragen waarom content kunstmatig wordt afgeschermd. Opvallend detail: pas tijdens de Grand Prix van Bakoe behaalde Red Bull voor het eerst dit seizoen het meeste aantal punten in een weekend.
Het team scoorde 33 punten, meer dan Mercedes (30) en Williams (15). McLaren en Ferrari kwamen niet verder dan zes punten. Dat markeert een keerpunt.
Ondanks eerdere zeges van Verstappen, was Red Bull tot dan toe afhankelijk van wisselende resultaten van de tweede auto. Nu lijkt het team weer grip te krijgen op de competitie, net op het moment dat de discussie over budget en toekomst volop woedt.