De zorgen in de paddock stapelen zich op, maar de FIA blijft benadrukken dat de nieuwe regels voor 2026 nog volop in ontwikkeling zijn.
Nikolas Tombazis, directeur single-seaters, legt uit hoe de bond wil voorkomen dat de Formule 1 verwordt tot een spel van energiebeheer met vreemde taferelen op rechte stukken.
Coureurs als Max Verstappen, Charles Leclerc, Alex Albon en Lance Stroll sloegen de afgelopen jaren al alarm na hun eerste simulatorruns.
Hun vrees: een sport die complexer wordt voor coureurs en fans, en waarin pure snelheid wordt ingeruild voor knopjes draaien en strategisch liften. Toch houdt de FIA vol dat het eindproduct beter zal zijn dan gevreesd.
Volgens Tombazis ligt de kern van de kritiek in de verschuiving van het vermogenspakket. In 2026 neemt het aandeel elektrische kracht toe, terwijl de rol van de verbrandingsmotor kleiner wordt. Daarbij is er geen batterij die een volledige raceafstand constant kan ontladen.
“Wanneer je een veel groter deel van de elektrische kracht hebt en een kleiner deel van de ICE, dan wordt energiebeheer een grotere uitdaging.”
Hij benadrukt dat dit tegelijk een kans biedt voor fabrikanten. De nieuwe regels geven hen ruimte om te innoveren met batterijen en elektrische systemen. Volgens hem zullen er in 2026 belangrijke doorbraken zichtbaar worden, ook al blijft het energiemanagement een lastig punt.
Evolutie van de regels
Tombazis stelt dat het beeld van een vaststaand reglement onjuist is. De regels worden stap voor stap bijgeschaafd op basis van feedback uit simulatoren en gesprekken met teams.
“We hebben de regels op dat vlak nog niet afgerond. Ze evolueren en we kenden deze problemen vanaf dag één.”
Het hardwarepakket ligt vast, en elke poging om dit alsnog open te breken zou direct leiden tot een politiek gevecht tussen fabrikanten die vertrouwen hebben in hun project en zij die juist baat zouden hebben bij aanpassingen.
Waar de FIA wél speelruimte heeft, is bij parameters rond energieterugwinning en -gebruik. Denk aan de zogenoemde turn-down ramp rate en een variabele schaal voor energie-opwekking per circuit.
Daarmee kan worden bijgestuurd zodat coureurs geen rare trucs hoeven uit te halen.
“We willen absoluut niet dat coureurs gas lossen op rechte stukken of rare dingen doen. Wanneer ze sneller moeten gaan, houden ze het gaspedaal gewoon ingedrukt.”
De bond noemt dit het voorkomen van “onnatuurlijke dingen”. Daarmee doelt men op scenario’s zoals Verstappen al twee jaar geleden schetste: auto’s die energie tekortkomen en coureurs die kunstmatig moeten terugschakelen om accu’s optimaal te gebruiken.
Geheimzinnige fabrikanten
Een complicerende factor is dat niet alle motorfabrikanten hun kaarten open op tafel leggen. Tombazis merkt dat sommige partijen hun gegevens graag delen en actief meedenken, terwijl anderen juist zeer gesloten zijn.
“Niet alle teams en fabrikanten zijn even transparant. Sommigen zijn heel behulpzaam, anderen juist erg geheimzinnig.”
Dat verschil in openheid zorgt ervoor dat de FIA steeds moet balanceren tussen belangen. Fabrikanten die overtuigd zijn van hun kracht, willen logischerwijs zo min mogelijk prijsgeven, omdat elke regelwijziging in hun nadeel kan uitpakken.
Toch vindt Tombazis de kritiek voorbarig. Veel coureurs krijgen slechts een momentopname van de stand van zaken, terwijl het reglement constant wordt aangepast. Precies daarom is hun feedback zo belangrijk.
“Het feit dat coureurs in de simulator stappen, is juist om deze problemen te vinden zodat we ze kunnen oplossen. We kunnen zelf veel simuleren, maar er is geen vervanging voor feedback van echte coureurs.”
De FIA verwacht dat de komende maanden nog veel wordt verfijnd. Het fundament van de 2026-powerunit blijft overeind, maar door finetuning in de details wil de bond voorkomen dat de Formule 1 volgend jaar verandert in een sport vol onnatuurlijke handelingen.