Terwijl de Formule 1 zich opmaakt voor de grootste regelwijziging in decennia, luidt de autosportbond de noodklok: sommige teams zullen in 2026 simpelweg niet klaar zijn. Wat bedoeld was als een frisse start, dreigt uit te lopen op een pijnlijk schouwspel.
De autosportorganisatie wil met nieuwe regels de sport compacter, lichter en spectaculairder maken. Maar de technische uitdagingen zijn zo groot dat het competitieve evenwicht volledig kan verdwijnen. In plaats van spannende gevechten dreigt een seizoen van chaos en ongelijkheid.
Vanaf januari 2026 verschijnen de volledig vernieuwde auto’s voor het eerst op de baan tijdens een besloten test in Barcelona. De FIA heeft ervoor gekozen de auto’s korter en smaller te maken.
De wielbasis wordt 200 millimeter ingekort tot 3.400 millimeter. De breedte gaat terug met 100 millimeter naar 1.900 millimeter. Ook de vloerbreedte krimpt met 150 millimeter. Al deze aanpassingen samen maken de auto’s ongeveer 30 kilo lichter dan de huidige generatie.
Dat lijkt niet veel, maar het is een stap richting wendbaarheid en betere race-actie. Toch schuilt juist in die ambitie de onzekerheid. Want waar de fans hopen op meer spektakel, worstelen de teams met de vraag of ze alles op tijd technisch rond krijgen.
Actieve aerodynamica keert terug
Een van de grootste veranderingen is de introductie van actieve aerodynamica. Het bekende DRS-systeem verdwijnt en maakt plaats voor een flexibeler concept.
Coureurs kunnen schakelen tussen X-modus, waarbij de voor- en achtervleugels zo worden aangepast dat de auto maximale snelheid haalt op het rechte stuk, en Z-modus, bedoeld voor betere grip in de bochten.
Die ingreep is noodzakelijk vanwege de nieuwe motoren. De balans tussen elektrische en verbrandingskracht verandert drastisch en zonder aerodynamische steun zouden de auto’s onvoorspelbaar worden.
De veranderingen onder de motorkap zijn nog ingrijpender. De elektrische kracht uit de batterij wordt verdrievoudigd: een toename van 300 procent. Daar staat tegenover dat de MGU-H, een complex onderdeel van de huidige powerunit, volledig verdwijnt.
De nieuwe elektrische vermogens kunnen in een soort overtake-modus worden gebruikt, vergelijkbaar met systemen uit de Formule E. Daarnaast stappen de teams over op volledig duurzame brandstoffen. Voor techneuten zijn dit gouden tijden, maar voor coureurs en fans is de vraag simpel: gaat dit de races verbeteren?
Tijdens het GP-weekend in Monza sprak Nicholas Tombazis, hoofd van de enkelzitters bij de FIA, openlijk zijn zorgen uit. Hij ziet dat de teams enorme moeite hebben met de stap naar 2026.
“Niet alle teams zullen klaar zijn voor 2026. Er komt ontzettend veel tegelijk op hen af. Sommigen zullen de verkeerde keuzes maken en achter de feiten aanlopen.”
Dat betekent dat de huidige situatie, waarin de kwalificaties vaak beslist worden met minder dan een seconde verschil tussen de top tien, waarschijnlijk verdwijnt.
In plaats daarvan dreigt een veld dat uiteenvalt in duidelijke lagen: een dominant team aan de top, een groep middenmotors zonder echte wapens en een aantal achterblijvers die de aansluiting volledig verliezen.
Brembo slaat alarm
De zorgen van Tombazis worden versterkt door uitspraken van remmenfabrikant Brembo. Volgens het bedrijf bewandelen de teams totaal verschillende technische paden. Zodra de eerste testdagen beginnen, wordt duidelijk hoe uiteenlopend de interpretaties van de regels zijn.
Dat kan leiden tot gigantische prestatieverschillen. Sommige teams zullen simpelweg de plank misslaan, terwijl anderen per ongeluk de perfecte balans vinden. Het gevaar is dat een team vroeg een gouden formule ontdekt en daardoor onverslaanbaar wordt.
Een complicerende factor is dat de teams nauwelijks weten hoe hun concurrenten ervoor staan. Er is geen referentiekader. Mercedes kan denken dat ze de nieuwe RB19 hebben gebouwd, terwijl Audi in werkelijkheid op elk vlak sneller blijkt.
Die onzekerheid maakt de situatie extra spannend, maar voor de FIA ook beangstigend. De bond vreest een herhaling van historische dominantie, waarbij één fabrikant alle anderen in de schaduw zet.
Om dat te voorkomen zijn er mechanismen ingebouwd. Het bestaande systeem van een glijdende schaal voor windtunnel- en CFD-tijd blijft bestaan.
Teams die slecht presteren in het constructeurskampioenschap krijgen extra middelen om hun aerodynamische pakket te verbeteren. Maar met de nieuwe motoren dreigt ook daar ongelijkheid.
Daarom hebben de teams en de FIA afgesproken dat motorfabrikanten die meer dan drie procent vermogen tekortkomen op de beste krachtbron, extra ontwikkelingsmogelijkheden krijgen. Tombazis lichtte dit toe:
“We hebben een programma ingevoerd dat we aanvullende ontwikkelingsmogelijkheden noemen. Elke zes races meten we het gemiddelde vermogen van de fabrikanten. Wie onder een bepaalde grens zit, krijgt de kans om upgrades door te voeren.”
Dat kan variëren van meer geld voor ontwikkeling tot extra uren op de testbanken en een ruimere homologatie van specificaties.
Geen ‘Balance of Performance’
De regeling roept parallellen op met de omstreden Balance of Performance-regels uit het World Endurance Championship. Toto Wolff liet eerder al weten nooit aan een kampioenschap te willen deelnemen dat zulke kunstmatige ingrepen toepast. Tombazis ontkende dat er sprake is van hetzelfde systeem:
“De regels blijven voor iedereen gelijk. Niemand krijgt meer cilinderinhoud of meer brandstof. Zonder budgetplafond zou een fabrikant met achterstand gewoon meer investeren. Met het budgetplafond is dat onmogelijk, dus moeten we een manier vinden om te voorkomen dat een team voor altijd kansloos blijft.”
De FIA werkt nog aan de laatste details, maar benadrukt dat alle motorleveranciers tot nu toe coöperatief zijn. Naast de prestatiecorrecties komt er een regeling voor extreme betrouwbaarheidsschade.
Wanneer een fabrikant in de beginfase motoren ziet sneuvelen, kan hij toch updates doorvoeren. Ook wordt overwogen om extra motoren buiten het budgetplafond toe te staan zodra een bepaalde limiet is bereikt. Volgens Tombazis is dat logisch:
“Het is zinloos om een fabrikant buiten de deur te houden als die elk weekend motorstoringen heeft. Deze krachtbronnen zijn extreem duur. Zonder versoepeling zou iemand razendsnel tegen de limiet van het budgetplafond aanlopen.”
Dit voorstel moet nog worden goedgekeurd, maar de contouren zijn duidelijk.