Verschillende coureurs vrezen dat de nieuwe generatie auto’s traag en onvoorspelbaar zal worden — meer Formule 2 dan Formule 1, zo klinkt het. Maar volgens de FIA is die angst zwaar overdreven.
De autosportbond erkent dat de rondetijden iets zullen oplopen, maar stelt dat de prestaties van de F1-auto’s in 2026 “op geen enkele manier” te vergelijken zijn met die van de Formule 2.
Met het 2025-seizoen op zijn einde richten teams en coureurs zich steeds meer op wat komen gaat. De nieuwe technische regels van 2026 brengen ingrijpende veranderingen met zich mee: lichtere auto’s, een sterkere nadruk op elektrisch vermogen en minder afhankelijkheid van grondeffect.
Die combinatie zorgt voor gemengde gevoelens in de paddock. Vooral jonge coureurs die betrokken zijn bij simulatietests trekken aan de bel. Aston Martin-junior Jak Crawford, die veel testwerk verricht in de simulator, verwoordde het onomwonden:
“Het voelt alsof ik een F2-auto bestuur.”
Ook Isack Hadjar, coureur van Racing Bulls, herkende dat gevoel. Volgens hem liggen de prestaties van de toekomstige F1-auto’s dichter bij de Formule 2 dan men zou willen toegeven.
“Het komt meer in de buurt van F2, ja. Ik bedoel dat puur qua performance, niet qua gevoel of technologie.”
De uitspraken sloegen in als een bom. Fans vreesden voor een ‘ontsnelling’ van de sport, en sommige media speculeerden dat de FIA te ver was gegaan met het verlagen van het vermogen uit de verbrandingsmotor.
F2-vergelijking is totaal misplaatst
De FIA reageerde snel op de onrust. Volgens Nikolas Tombazis, hoofd van de afdeling eenzitters bij de FIA, is het beeld dat de coureurs schetsen simpelweg niet correct.
“Ik denk dat opmerkingen over het tempo van een Formule 2-auto er volledig naast zitten.”
De Griekse ingenieur legde uit dat de verwachte verschillen in snelheid beperkt blijven tot één à twee seconden per ronde, afhankelijk van het circuit.
“We praten over rondetijden die ongeveer één tot twee seconden langzamer zullen zijn dan nu. En dat is volkomen normaal aan het begin van een nieuwe reglementsperiode.”
Volgens Tombazis zou het zelfs onverstandig zijn om direct sneller te willen zijn dan de huidige generatie.
“Het zou dom zijn om het nieuwe tijdperk te starten met auto’s die sneller zijn dan de vorige. Je moet ruimte laten voor natuurlijke ontwikkeling. Als we elke cyclus sneller zouden beginnen, zouden de auto’s over twintig jaar belachelijk snel zijn. Het is logisch dat ze aanvankelijk iets langzamer zijn.”
Tombazis benadrukte dat het eenvoudig zou zijn om de auto’s sneller te maken, maar dat snelheid niet het doel is van het nieuwe reglement. De focus ligt op duurzaamheid, competitiever racen en technologische relevantie voor de toekomst.
De 2026-powerunits leveren ongeveer evenveel vermogen uit hun hybride systemen als uit hun motoren, wat de nadruk verschuift naar efficiënt energiebeheer.
Daarnaast vermindert de FIA het effect van de grondafzuiging — het grondeffect dat sinds 2022 zorgt voor hoge neerwaartse druk — om het racen dichter en eerlijker te maken.
De compensatie komt in de vorm van actieve aerodynamica: beweegbare vleugels en componenten die zich aanpassen aan snelheid en energieverbruik. Daarmee moeten coureurs meer controle krijgen over hun auto en vaker kunnen inhalen, zonder dat de races onvoorspelbaar worden.
Volgens Tombazis zullen de lichtere constructie, de technologische innovaties en de actieve aero er juist voor zorgen dat de auto’s “agressief en spectaculair” blijven.
“We komen niet eens in de buurt van een discussie als ‘dit is geen Formule 1 meer’. Op geen enkele manier.”
Red Bull ziet verschillen per circuit
Ook vanuit de teams komen genuanceerde geluiden. Red Bull’s hoofdingenieur Paul Monaghan bevestigt dat de 2026-auto’s inderdaad iets langzamer zullen zijn, maar benadrukt dat dit sterk afhankelijk is van het type circuit.
“Voor mij hangt het een beetje van het circuit af. We hebben wat je ‘energierijke’ en ‘energiearme’ circuits kunt noemen.”
Op energie-rijke circuits, zoals Spa of Monza, is het makkelijker om de accu’s van de hybride systemen op te laden. Daar zullen de rondetijden volgens Monaghan slechts marginaal langzamer zijn. Op energie-arme banen, zoals Monaco of Singapore, kan het verschil iets groter zijn.
“Op sommige circuits is het moeilijker om energie op te slaan. Dan zijn we wat langzamer, maar het blijft nog altijd Formule 1-snelheid.”
De grootste uitdaging volgens Monaghan ligt niet bij de motor, maar bij het begrijpen van de gripniveaus.
“We kunnen op papier een aeromap hebben die zegt dat we een bepaald niveau van downforce halen. Maar de vraag is: is dat ook zo in de praktijk?”
Hij wees erop dat de prestaties van de nieuwe Pirelli-banden nog een onbekende factor zijn. Kleine verschillen in bandensamenstelling kunnen de rondetijden aanzienlijk beïnvloeden.
Zowel de FIA als Red Bull verwachten dat de 2026-auto’s een nieuwe balans brengen tussen snelheid, efficiëntie en spektakel. De lichtere auto’s zullen wendbaarder zijn, de motoren geavanceerder en de races vermoedelijk intenser.
Toch blijft er scepsis onder de coureurs. Sommigen vrezen dat het gebrek aan pure topsnelheid de wow-factor van de Formule 1 zal aantasten. Anderen wijzen juist op de voordelen van nauwere gevechten en kleinere prestatiedelta’s tussen teams.
De FIA houdt voet bij stuk: de cijfers spreken voor zich, en de F1 van 2026 blijft volgens Tombazis “de top van de autosport.”
“Het is logisch dat de auto’s iets langzamer zijn, maar niemand hoeft bang te zijn dat we richting Formule 2 gaan. Dat is simpelweg niet waar.”