Ferrari staat voor een paradox: het team wil in 2026 opnieuw meedoen om de wereldtitel, maar het ontwerp van hun nieuwe auto lijkt op voorhand een onmogelijke puzzel. Terwijl McLaren al anderhalf jaar de toon zet, moeten de Italianen oplossingen zoeken om niet volledig achterop te raken.
De nieuwe reglementen van 2026 dwingen alle teams in dezelfde richting, maar de kloof tussen Ferrari en McLaren is nu al pijnlijk zichtbaar.
Waar Andrea Stella’s team kans maakt om dit jaar zowel het constructeurskampioenschap als de coureurstitel binnen te slepen, moet Ferrari genoegen nemen met het gevecht om de tweede plek. De cijfers liegen er niet om.
McLaren staat met 617 punten soeverein bovenaan, terwijl Ferrari 280 punten verzamelde en daarmee weliswaar voor Mercedes en Red Bull ligt, maar nog altijd 337 punten tekortkomt. Zelfs acht races voor het einde lijkt dat gat onoverbrugbaar.
Ondertussen twijfelen Ferrari’s ingenieurs over hun eigen updates, zoals de aangepaste achterwielophanging die juist het verschil had moeten maken met Mercedes en Red Bull. Voor Leclerc en Hamilton, die dit jaar samen de punten sprokkelen, blijft de druk onverminderd hoog.
Met dat decor in het achterhoofd kijkt Ferrari nu al nadrukkelijk naar 2026, het seizoen waarin alles verandert door de nieuwe regels en powerunits.
Focus op 2026-reglementen
Vanaf 2026 geldt er een compleet nieuw aerodynamisch pakket én komen er hybride powerunits die in alles verschillen van de huidige motoren. Alle tien de teams zijn daardoor volledig in de ban van hun volgende generatie auto’s.
Ferrari voelt extra druk. Niet alleen omdat hun laatste titel al achttien jaar geleden is, maar ook omdat hun motorafdeling geteisterd wordt door een ware stoelendans. Audi wist onlangs nog twee sleutelpersonen weg te lokken, wat de continuïteit verder verstoort.
Juist daarom kiest Ferrari ervoor om bij de aerodynamica inspiratie te halen bij de concurrent die het nu zo goed doet: McLaren. De MCL39 wordt gezien als een referentie, vooral op het gebied van thermische efficiëntie.
Volgens Motorsport Italia volgt Ferrari “de filosofie die McLaren tot het uiterste dreef” met hun dichte carrosserie. Die oplossing bleek efficiënter dan de meer open ontwerpen van bijvoorbeeld Mercedes en leverde McLaren een duidelijke voorsprong op. Ferrari wil dat pad nu ook inslaan.
Dat betekent dat Ferrari werkt aan een auto met een veel compacter en meer gesloten ontwerp dan voorheen, in de hoop dat hun prestaties dichter bij de benchmark komen.
Alsof dat nog niet genoeg is, heeft de FIA een minimumgewicht van 768 kilo vastgelegd voor de 2026-auto’s. Dat is 30 kilo minder dan nu, terwijl de nieuwe powerunits juist 150 kilo zullen wegen – een toename van 30 kilo ten opzichte van de huidige motoren.
Het gevolg: elke gram elders moet worden weggehaald. Dat is waar Ferrari’s ingenieurs tegenaan lopen en waarom het project door velen als “onmogelijk” wordt bestempeld.
Een van de gekozen oplossingen is het ontwikkelen van sterk taps toelopende sidepods. Die kunnen alleen gerealiseerd worden omdat Ferrari het aantal radiatoren drastisch reduceert. Zo hopen ze de aerodynamische efficiëntie te verhogen.
Die aanpak wordt geleid door Diego Tondi, het hoofd van de aerodynamica. Zijn positie stond kort onder druk nadat Franck Sanchez werd binnengehaald, maar Ferrari heeft officieel ontkend dat Tondi vertrekt.
De combinatie van kleinere sidepods en minder radiatoren moet het verschil gaan maken. Het is echter een riskante gok die de toekomst van hun 2026-project bepaalt.
Samenwerking met Cadillac
Terwijl Ferrari zelf met hun ontwerp worstelt, speelt er nog een andere factor mee: de komst van Cadillac in de Formule 1. Voor het eerst sinds Haas in 2016 betreedt weer een nieuw team de paddock.
Cadillac werkt razendsnel aan de opbouw van hun organisatie, maar ze moeten veel ervaring nog inhalen. Ferrari zal daarin een cruciale rol spelen, want de Amerikanen krijgen hun powerunits en andere grote onderdelen uit Maranello.
Sterker nog, Ferrari staat op het punt om Cadillac een van hun oude auto’s te laten gebruiken. Daarmee kan het nieuwe team alvast wennen aan de werkwijze tijdens een raceweekend en hun processen op de baan verfijnen.
De samenwerking doet denken aan de relatie die Ferrari al jaren met Haas heeft. Ook daar levert Ferrari motoren en componenten, en speelt het team een rol in de eerste stappen van de klant in de Formule 1.
Dat plaatst Ferrari voor een dubbele uitdaging: niet alleen moeten ze hun eigen 2026-project tot een succes maken, maar ze dragen ook verantwoordelijkheid voor de prestaties van hun klantenteams.
Het motorenlandschap van 2026 maakt de druk nog duidelijker. Red Bull werkt met Ford, McLaren blijft afhankelijk van Mercedes, Aston Martin kiest voor Honda en Audi komt met een eigen krachtbron. Cadillac vertrouwt op Ferrari totdat General Motors hun eigen motor klaar heeft.
Die constellatie maakt dat Ferrari naast hun eigen belangen ook het succes van hun klanten moet veiligstellen. Een tegenvallend ontwerp zou dus niet alleen hun eigen titelkansen verpesten, maar ook hun reputatie bij andere teams aantasten.
Met Leclerc en Hamilton als coureurs heeft Ferrari voor de komende jaren een van de sterkste duo’s in handen. Toch is dat slechts zo waardevol als de auto waarmee ze de baan op gaan.