De Spanjaard is inmiddels 44 jaar, maar denkt nog altijd dat hij de beste coureur op de grid is — zelfs zonder overwinning sinds 2013. Die overtuiging schuurt met de realiteit van Aston Martin, dat in 2026 achteraan bungelt.
Toch wijst niets erop dat Alonso ook maar een stap terug wil doen. De kern van het verhaal is simpel: Fernando Alonso ziet zichzelf nog steeds als de absolute maatstaf in de Formule 1.
Volgens F1TV-journalist Lawrence Barretto is dat geen nieuwe houding, maar een constante factor in zijn carrière. Barretto stelt dat Alonso al jaren met die mindset rondloopt en daar nooit van is afgeweken.
Zelfs nu hij de oudste coureur op de grid is sinds Graham Hill in 1975, blijft dat zelfbeeld overeind. Hij zegt daarover dat Alonso zichzelf nog steeds als de beste ziet en dat dit bepaalt hoe hij naar zijn toekomst kijkt. “Hij denkt nog steeds dat hij de beste op de grid is,” klinkt het.
“Zolang hij dat denkt, vraagt hij zich niet af wanneer het einde komt.”
Die houding verklaart waarom Alonso nog geen moment serieus met stoppen bezig lijkt. In plaats daarvan focust hij zich volledig op vooruitgang, hoe klein die stappen ook zijn.
Wat daarbij opvalt: het gaat hem niet om nostalgie of verleden successen. Hij kijkt puur naar prestaties in het moment en de mogelijkheid om opnieuw te winnen. Toch zit er een duidelijke tegenstelling in zijn verhaal.
Aston Martin is dramatisch begonnen aan het seizoen 2026 en vecht momenteel in de achterhoede. Dat maakt het lastig om Alonso’s niveau echt goed te beoordelen. Resultaten blijven uit, simpelweg omdat de auto niet competitief genoeg is.
Toch zijn er signalen dat Alonso individueel nog steeds sterk presteert. Hij verslaat consequent teamgenoot Lance Stroll en eindigde vorig jaar nog knap tiende in het kampioenschap.
Dat resultaat kwam met wat werd gezien als slechts de zevende beste auto op de grid. Het zegt iets over zijn constante niveau, zelfs zonder topmateriaal.
Die combinatie — matige auto, sterke individuele prestaties — voedt juist zijn overtuiging dat hij nog altijd mee kan met de absolute top.
En misschien nog belangrijker: dat hij zichzelf nog steeds boven iemand als Max Verstappen plaatst.
Contractbeslissing hangt af van 2026 en 2027
De toekomst van Alonso is allesbehalve zeker. Zijn contract loopt af aan het einde van het seizoen, maar een beslissing laat nog even op zich wachten. Volgens Barretto kiest Alonso bewust voor een stapsgewijze aanpak.
Hij kijkt eerst naar de eerste grote update van Aston Martin halverwege het seizoen. Daarna wil hij zien of het team daadwerkelijk vooruitgang boekt. Pas dan komt de volgende vraag: hoe ziet de auto voor 2027 eruit?
“Hij bekijkt het in kleine stappen,” legt Barretto uit, waarmee hij benadrukt dat Alonso zijn beslissing baseert op concrete ontwikkeling.
“Hij wil zien hoe snel ze dit kunnen omdraaien.”
Die aanpak laat zien dat Alonso niet zomaar afscheid wil nemen. Hij wil niet stoppen terwijl hij achteraan rijdt — dat voelt voor hem als een verkeerd einde. En precies dat maakt de komende maanden cruciaal.
Ondanks zijn lange periode zonder overwinning blijft Alonso opvallend hoog aangeschreven. Dat blijkt uit de beoordeling van de teambazen na het seizoen 2025. Gemiddeld zetten zij hem op de vijfde plek in hun ranglijst.
Dat is zelfs vier plaatsen hoger dan een jaar eerder. Voor hem eindigden alleen namen als Verstappen, wereldkampioen Lando Norris, Oscar Piastri en George Russell.
Opvallend is dat Alonso daarmee boven Charles Leclerc eindigde, evenals jong talent zoals Oliver Bearman en Isack Hadjar. Dat bevestigt dat zijn reputatie binnen de paddock nog altijd stevig staat.
Niet gebaseerd op recente zeges, maar op consistentie en ervaring. En dat maakt zijn eigen overtuiging misschien minder vreemd dan het op het eerste gezicht lijkt. Hij wil zijn carrière niet afsluiten zonder nog één keer echt mee te doen.
De nieuwe regels van 2026 ziet hij als een kans om het speelveld gelijker te maken. Minder downforce en andere technische veranderingen moeten het verschil tussen auto’s verkleinen.
Hij bekritiseerde zelfs de lagere bochtensnelheden en gaf aan dat dit het verschil tussen coureurs kleiner maakt. Tegelijk gebruikt hij dat punt om zijn eigen kwaliteiten te benadrukken.
Zijn ervaring, race-inzicht en constante prestaties moeten dan juist het verschil maken.