Op papier lijkt alles te kloppen bij Aston Martin, maar precies daar begint het ongemak dat Fernando Alonso hardop durft te benoemen. Terwijl de Formule 1 zich opmaakt voor een complete reset in 2026, vraagt de tweevoudig wereldkampioen zich af of succes echt zo snel afdwingbaar is als velen nu al aannemen.
De ingrediënten zijn indrukwekkend, de verwachtingen torenhoog, maar Alonso weigert mee te gaan in het idee dat vooruitgang zich laat afdwingen door alleen namen en faciliteiten te verzamelen.
Aston Martin wordt door veel kenners gezien als een potentiële verrassing voor het seizoen 2026. De combinatie van nieuwe technische regels, een compleet hertekend chassis en een volledig nieuwe powerunit biedt kansen voor teams die goed voorbereid zijn.
Aston Martin heeft de afgelopen periode fors geïnvesteerd. Het team beschikt nu over een volledig afgeronde fabriek in Silverstone, inclusief een gloednieuwe windtunnel die inmiddels operationeel is.
Daarmee heeft het team eindelijk de infrastructuur die nodig is om onafhankelijk te ontwikkelen. Daarnaast maakt het team de overstap van klantmotoren naar fabriekspower.
Vanaf 2026 rijdt Aston Martin met Honda-powerunits, waarmee het een exclusieve samenwerking aangaat die op papier grote voordelen biedt.
In combinatie met een reeks prominente technische aanstellingen ontstaat het beeld van een team dat klaarstaat om te profiteren van de reset die 2026 belooft.
De rol van Adrian Newey
De komst van Adrian Newey vormt het middelpunt van dat optimisme. Newey arriveerde in maart vorig jaar en vervult inmiddels een dubbele rol als technisch eindverantwoordelijke en teambaas.
Samen met Andy Cowell en Enrico Cardile beschikt Aston Martin nu over een technische topstructuur die tot de meest gerespecteerde van de sport behoort. In de fabriek is talent in overvloed aanwezig, en de middelen om dat talent te benutten zijn er eindelijk ook.
Van buitenaf oogt het project daardoor logisch en compleet. Nieuwe regels, nieuwe auto, nieuwe motor en een droomteam aan ingenieurs. Precies het soort situatie waarin verrassingen kunnen ontstaan.
Maar Formule 1 laat zich zelden vangen in logica op papier, en dat is waar Alonso de nuance aanbrengt. Fernando Alonso erkent zonder aarzeling dat de randvoorwaarden bij Aston Martin er goed uitzien. Tegelijk is hij scherp op wat er ontbreekt: tijd.
“De fabriek is af. De windtunnel is nieuw, voltooid en we gebruiken hem. We hebben Adrian Newey, Andy Cowell en Enrico Cardile. We hebben geweldige mensen en enorm veel talent in de fabriek.”
Volgens Alonso zit de uitdaging niet in wat er ontbreekt, maar in hoe kort alles nog samenwerkt.
“We moeten alles op de juiste plek krijgen en ervoor zorgen dat al die faciliteiten en al die mensen, die allemaal nieuw zijn, goed op elkaar ingespeeld raken.”
Daarmee raakt hij de kern van zijn twijfel. Veel van de sleutelfiguren werken pas enkele maanden binnen het systeem, terwijl Formule 1 juist draait om perfect op elkaar afgestemde processen.
Alonso maakt duidelijk dat hij niet twijfelt óf Aston Martin succesvol zal worden, maar wanneer.
“Zullen deze paar maanden genoeg zijn, of hebben we een volledig seizoen nodig om alles aan elkaar te lijmen? Dat is het enige wat ik niet weet.”
Die onzekerheid staat haaks op het optimisme dat Aston Martin nu al als serieuze kanshebber voor 2026 wordt genoemd. Volgens Alonso is succes in de Formule 1 zelden een kwestie van snelle optelsommen.
“Maar Aston Martin zal slagen. Dat is voor mij een garantie. De grootste vraag is wanneer.”
Met die uitspraak verschuift hij de discussie van potentie naar timing, en juist die timing is in een resetjaar cruciaal.
Waarom 2026 tegelijk kans en risico is
De nieuwe technische regels voor 2026 zorgen voor een natuurlijke reset. Alle teams beginnen met een leeg vel papier, zowel qua chassis als powerunit. De rol van elektrische energie wordt groter, en bestaande concepten verliezen hun waarde.
Dat is precies waarom Aston Martin wordt gezien als een dark horse. Met Honda als fabriekspartner, nieuwe faciliteiten en een technisch zwaargewicht aan het roer, lijkt het team ideaal gepositioneerd.
Tegelijkertijd waarschuwt Alonso dat de pikorde aan het begin van het seizoen zelden gelijk blijft tot het einde. De verschillen tussen race één en race vierentwintig kunnen enorm zijn, zeker in de eerste jaren van een nieuw reglement.
Zelfs als Aston Martin sterk begint, zegt dat volgens hem weinig over waar het team uiteindelijk uitkomt.
Alonso plaatst zijn uitspraken nadrukkelijk in de context van een moeizaam seizoen 2025. Dat jaar voelde voor het team als een tussenfase zonder duidelijke richting.
“Het was een heel ander seizoen dan in het verleden. De 2026-regels zijn een enorme verandering voor iedereen, en 2025 was een seizoen dat er een beetje tussenin hing.”
Volgens hem kon Aston Martin simpelweg niet alles uit de 2025-auto halen wat men had gewild. De basis daarvoor lag al in de tweede helft van 2024, die niet competitief genoeg was.
“De auto van 2024 was in het tweede deel niet echt competitief, en dat werd helaas de basis voor 2025.”
Die erfenis maakte het moeilijk om een duidelijke ontwikkelingsrichting te vinden, terwijl de focus al steeds meer naar 2026 verschoof.
Alonso beschrijft 2025 als een seizoen waarin het team gevangen zat tussen twee werelden. Enerzijds was er de noodzaak om prestaties te leveren, anderzijds de onvermijdelijke blik op 2026.
“Met 2026 als focus voor iedereen hadden we moeite om het juiste pad te vinden.”
Die spagaat zorgde voor frustratie, zowel intern als op de baan. Resultaten bleven achter bij de verwachtingen, en het gevoel overheerste dat het team niet tevreden kon zijn met wat het liet zien.
“Het was uitdagend voor Aston, absoluut. We zijn niet blij met het seizoen, maar het was een gecompliceerd scenario.”