Honda’s powerunit komt serieus vermogen tekort, waardoor Fernando Alonso en Lance Stroll structureel snelheid missen en ver achter het veld rijden. Alsof dat nog niet genoeg is, kampt de Aston Martin AMR26 met zware vibratieproblemen.
Die trillingen zouden zelfs gezondheidsproblemen veroorzaken binnen het team. Daarmee ligt het probleem niet op één plek, maar verspreid over zowel chassis als aandrijving.
Aston Martin heeft intern niet stilgezeten met het aanwijzen van een schuldige. Vanuit Silverstone werd vooral naar Honda gewezen als veroorzaker van de problemen. Zeker Newey zou zich bijzonder kritisch hebben opgesteld over de tegenvallende prestaties.
Dat wakkerde direct geruchten aan over een verslechterende relatie tussen Aston Martin en Honda. Een samenwerking die nog moet beginnen als langetermijnproject, staat daardoor al vroeg onder spanning.
Honda ontkent dat de relatie beschadigd is en werkt volgens de beschikbare informatie hard aan verbeteringen. Toch blijft de vraag hangen hoe lang dit partnerschap bestand blijft tegen tegenvallende resultaten.
“De omvang van de problemen met Aston Martin werd als alarmerend genoeg beschouwd.”
Binnen Aston Martin zelf is de stemming volgens berichten somber. Personeel in de paddock zou depressief zijn door het gebrek aan optimisme dat het tij snel kan keren.
Formule 1 is zelden een omgeving waarin concurrenten elkaar vrijwillig sterker maken. Juist daarom is deze ontwikkeling opvallend. Volgens journalist Jon Noble zagen teams een groter risico als Honda níet geholpen zou worden.
De angst was dat Honda simpelweg de stekker eruit zou trekken als de problemen te groot bleven. Dat scenario zou slecht nieuws zijn voor de sport, die juist gebaat is bij grote autofabrikanten op de grid.
Via The Race werd dat scherp samengevat met de constatering dat de fabrikant “on the verge of getting a $19 million cash boost”. De boodschap daarachter is duidelijk: dit is geen liefdadigheid, maar zelfbescherming van de sport.
Honda zou volgens de berichtgeving ongeveer 10% achter de benchmark zitten. Dat is fors. Zo fors zelfs, dat de bestaande regelgeving ruimte biedt voor uitzonderlijke ontwikkelingssteun.
Andere fabrikanten en F1-belanghebbenden zouden daarom hebben ingestemd met extra ruimte om Honda weer competitiever te maken. Niet omdat ze Honda willen helpen winnen, maar omdat ze Honda überhaupt in de sport willen houden.
Wat Honda exact krijgt onder de ADUO-regels
De hulp komt via het ADUO-systeem, voluit Additional Development and Upgrade Opportunities. Dat systeem is bedoeld voor fabrikanten die aantoonbaar achterlopen op de benchmark.
Ligt een fabrikant 2% achter, dan volgt één extra upgrade in 2026 en nog één in 2027. Bij 4% achterstand worden dat twee extra upgrades per jaar. Maar Honda zit volgens de berichtgeving in een veel zwaardere categorie.
Bij een achterstand van 10% ontstaat toegang tot maximale extra ontwikkelruimte. Dat betekent concreet dat het kostenplafond voor upgrades stijgt naar $11 miljoen. Omgerekend is dat ongeveer £8,1 miljoen.
Daar bovenop komt een eenmalige extra allowance van $8 miljoen, ongeveer £5,9 miljoen. Samen levert dat Honda potentieel $19 miljoen op, omgerekend circa £14 miljoen. Het financiële voordeel is niet de enige steunmaatregel.
Honda krijgt ook meer technische ontwikkelruimte op de testbank. De normale limiet ligt op 190 uur. Voor fabrikanten die meer dan 10% achterlopen, stijgt dat plafond naar 230 uur. Die extra tijd kan cruciaal zijn.
Meer testbankuren betekenen meer mogelijkheden om betrouwbaarheidsproblemen, vermogensverlies en technische defecten sneller te analyseren. Toch is dat geen garantie op een snelle comeback.
Reglementaire ruimte lost technische tekortkomingen niet automatisch op. Mike Krack gaf eerder al aan dat Aston Martin werkt aan betrouwbaarheid, gewicht en drivability. Daarmee wordt duidelijk dat de problemen breder zijn dan alleen Honda’s powerunit.
De samenwerking met Mercedes werd ingeruild voor Honda met het oog op de toekomst. Dat leek ambitieus, zeker met de technische ambities van Lawrence Stroll en de komst van Adrian Newey.
Maar in deze fase oogt die keuze pijnlijk. Aston Martin staat na Miami onderaan het constructeurskampioenschap met nul punten. Dat is een harde realiteit voor een team met topambities.
Fernando Alonso en Lance Stroll hebben daardoor weinig perspectief op korte termijn. Zeker als de powerunit én de auto tegelijk tekortschieten.
Online discussies laten zien hoe verdeeld de reacties zijn. Sommigen noemen dit een noodzakelijke veiligheidsklep om een nieuwe motorcrisis te voorkomen. Anderen spreken feitelijk van een reddingsactie.