Met seizoen acht dat op 27 februari verschijnt, staat opnieuw één vraag centraal: waarom blijft Drive to Survive zo’n groot publiek boeien? Netflix lanceert het achtste seizoen op 27 februari. In acht afleveringen wordt teruggeblikt op het 2025-kampioenschap.
De Formule 1 was altijd al groot, maar voelde toch als een sport voor kenners. Drive to Survive versnelde de omslag naar een wereldwijd mainstream-spektakel. In de beginjaren maakte de serie sterren van figuren als Guenther Steiner en Daniel Ricciardo.
Volgens cijfers van Sports Business Journal was seizoen zeven, dat draaide om 2024, met 10,4 miljoen views de best bekeken sportdocumentaire op Netflix. Dat betekende wel een daling van ongeveer tien procent ten opzichte van seizoen zes.
Omdat Netflix geen exacte cijfers per seizoen publiceert, blijft het lastig om volledig te vergelijken. Toch blijft de jaarlijkse release een vast moment op de kalender. Miljoenen fans wachten er ieder jaar weer op.
Opvallend genoeg speelde de coronapandemie een grote rol in het succes. Uitvoerend producent Tom Rogers vertelde tijdens de wintertest in Bahrein, in gesprek met onder meer PlanetF1.com, dat het misschien vreemd klinkt, maar dat juist COVID-19 het succes versnelde.
Hij legde uit dat de wereld thuiszat en nieuwe series zocht. Mensen grapten volgens hem dat ze Netflix “uitgespeeld” hadden en daardoor sneller iets nieuws probeerden, zoals een serie over Formule 1 waar ze anders misschien niet naar hadden omgekeken.
Daarnaast veranderde de manier van filmen drastisch. Rogers beschreef hoe F1 en het productieteam tijdens de lockdown tussen Melbourne en de eerste hervatte race intensief samenwerkten om de serie overeind te houden.
De oplossing was dat de crew zich volledig in de teams integreerde: ze gingen de sanitaire bubbels in, droegen teamkleding en reisden en leefden letterlijk mee met het team. Volgens Rogers was seizoen drie daardoor een kantelpunt.
Hij noemde dat seizoen een van de sterkste, met de iconische aflevering ‘Man on Fire’ over Romain Grosjean en zelfs een Emmy als bekroning. De verandering in toegang was volgens hem voor de helft verantwoordelijk voor dat succes, en dat DNA probeert de productie sindsdien vast te houden.
Hoewel de beperkingen later verdwenen, zie je volgens Rogers nog steeds dat de crew soms teamkleding draagt en zich opnieuw in teams nestelt als dat nodig is. Seizoen drie voelde voor hem als het moment waarop de serie echt een versnelling hoger schakelde, uit pure noodzaak.
Van weerstand naar uithangbord
In de eerste seizoenen stonden niet alle teams te springen. Ferrari en Mercedes gaven geen toegang tot de camera’s, wat kleinere teams juist meer ruimte gaf om in beeld te komen.
Haas speelde daardoor een opvallend grote rol, terwijl het Amerikaanse team in het nieuwste seizoen minder prominent aanwezig is. De rauwheid van de beginjaren is deels vervangen door een meer gepolijste uitstraling.
Naarmate het bereik groeide en volgens Rogers iets van een miljard mensen hebben gekeken, werd iedereen zich bewuster van wat een moment op camera kan betekenen. Hij benadrukte dat veel series na twee of drie jaar kijkers verliezen.
Waar in seizoen één nog meerdere teams zeiden dat ze niet wilden meedoen en coureurs zich afvroegen wat het hen opleverde, wilde tegen seizoen twee juist iedereen erbij horen. Sommige tegenstanders van het eerste uur groeiden zelfs uit tot de grootste sterren van de show.
Volgens Rogers zagen teams dat de serie hen erkenning gaf en hielp groeien als merk en als sportpersoonlijkheid. Tegelijk was het volgens hem cruciaal dat de serie geen kopie werd van reguliere race-uitzendingen of van wat media wekelijks brengen.
Het moest een andere invalshoek bieden op de mensen achter de sport. De aantrekkingskracht zit niet alleen in de races, maar vooral in de emoties daarachter. Rogers gaf aan dat er in het nieuwe seizoen momenten zitten die kijkers zullen verrassen en dat de serie inspeelt op de menselijke neiging om drama en controverse te volgen.
Volgens hem willen mensen zien hoe toppers omgaan met kwetsbaarheid, tegenslag en druk. Sport is in zijn woorden het toppunt van menselijke emotie, en Drive to Survive probeert zo dicht mogelijk bij de bron van die emotie te komen.
Hij wees erop dat je tijdens een race nauwelijks gezichten ziet omdat coureurs helmen dragen. Alleen bij sommige nachtraces zie je hun ogen. Juist daarom was het altijd lastig om echt verbinding te voelen met wat er in hen omging. De serie bracht daar verandering in door achter de schermen te filmen.
Spanningen na een mislukte inhaalactie, een berisping van een teambaas of ongemakkelijke grappen met een persvoorlichter: dat zijn de momenten die normaal verborgen blijven en nu het hart van het verhaal vormen.
Volgens Liam Parker, communicatiechef van de Formule 1, raakt de serie drie verschillende doelgroepen. Er is een nieuw publiek dat vooral houdt van de persoonlijkheden en de conflicten.
Daarnaast zijn er trouwe fans die de sport al jaren volgen, maar via de serie een andere kant zien. En dan is er nog de media, die volgens Parker alles week in week uit volgt, maar via de serie een bredere context krijgt waarin losse gebeurtenissen tot één doorlopend verhaal worden gesmeed.
De serie voegt daarmee een extra laag toe aan wat kijkers al kennen van interviews, persconferenties en raceverslagen. Seizoen acht kiest voor minder afleveringen en meer focus op kwaliteit. Dat roept de vraag op hoe lang Drive to Survive nog blijft bestaan.
Rogers gaf aan dat er geen plannen zijn om te stoppen. Volgens hem staat de sport in de Verenigde Staten nog maar aan het begin van zijn potentieel en is er enorme groeiruimte, zeker nu Apple de uitzendrechten overneemt.