In 2025 zijn de FIA-regels voor rijden achter de Safety Car strenger én duidelijker geworden. Toch bestaan er uitzonderingen waardoor een coureur onder Safety Car mag inhalen. Deze momenten zijn zeldzaam en worden altijd door de raceleiding bepaald.
Het hoofddoel van de Safety Car is veiligheid: het veld vertragen, gevaren neutraliseren en orde houden op de baan. Inhalen is in principe verboden, maar er zijn specifieke situaties waarin het wel mag. Die regels zijn tot op de meter vastgelegd.
Tijdens een Safety Car-periode geldt een algemeen verbod op inhalen. Coureurs moeten binnen 10 autolengtes achter hun voorganger blijven, en er is een maximumsnelheid (meestal rond 80 km/h, afhankelijk van circuit en klasse).
Verboden zijn:
- ‘Weaving’ zonder reden.
- Abrupt accelereren of hard remmen na het doven van de SC-lichten.
- Vóór de Safety Car Line versnellen.
Wie deze basisregel overtreedt, kan rekenen op zware straffen, variërend van tijdstraffen tot een stop-and-go-penalty.
Uitzonderingen: wanneer het wél mag
Er zijn vier hoofdsituaties waarin inhalen onder Safety Car is toegestaan:
- Auto met pech of vertraging: Als een coureur duidelijk snelheid verliest door een technisch probleem, mag deze worden ingehaald om gevaarlijk langzaam rijden te voorkomen.
- Lapped Cars Unlapping: Zodra Race Control het bericht “Lapped Cars May Now Overtake” geeft, mogen achterblijvers de koplopers en de Safety Car passeren om zich opnieuw achteraan het veld te voegen.
- Na de Safety Car Line: Bij een herstart mag ingehaald worden vanaf de Safety Car Line – een markering vóór de Control Line (finishlijn). Vóór dat punt is het verboden.
- Pit-entry en pit-exit situaties: Onder bepaalde omstandigheden, en alleen met expliciete toestemming, mag in de pitstraat toch ingehaald worden.
Na een Safety Car-herstart mag pas worden ingehaald vanaf de Safety Car Line – niet eerder. De Safety Car Line is het meetpunt vóór start/finish en vaak ook bij de pit-exit.

Hier bepaalt de FIA vanaf welk moment inhalen weer toegestaan is. De Control Line is normaal de finishlijn, gebruikt voor timing en officiële positiebepaling. Het verschil is cruciaal: bij een herstart mag je al inhalen bij de Safety Car Line, wat eerder is dan de Control Line.
Tijdens een herstart blijft de blue flag-regel actief. Achterblijvers die achteraan zijn teruggezet, mogen de leiders niet hinderen. Doen ze dat toch, dan riskeren ze een straf.
Bij lapped cars die geen vaart maken, kan de raceleiding ingrijpen, zodat de koplopers meteen weer vrij kunnen racen. Dit voorkomt dat het gevecht om de leiding wordt verstoord door langzamere auto’s.
De FIA hanteert vaste straffen, afhankelijk van de ernst:
| Overtreding | Straf | Penalty Points |
|---|---|---|
| 1 auto inhalen achter SC | 10s tijdstraf | 2 |
| 2 auto’s inhalen achter SC | Drive Through | 2 |
| >2 auto’s inhalen achter SC | 10s Stop & Go | 3 |
| Safety Car zelf inhalen | 10s Stop & Go | 3 |
| Onterecht inhalen maar positie direct teruggeven | Geen verdere actie | 0 |
| Niet binnen 10 autolengtes van SC blijven | 5-10s penalty of Drive Through | 2-3 |
| Onterecht inhalen in pit-entry/exit | 10s Penalty tot 10s Stop & Go | 3 |
| ECU-minimumtijd overschrijden achter SC | 5s/10s/Drive Through/Stop & Go | 1-3 |
Bij 12 penalty points in 12 maanden volgt automatisch een raceban.
Een coureur mag onder Safety Car alleen inhalen als de raceleiding dat expliciet toestaat of als er een duidelijk gevaarlijke situatie wordt vermeden. Alles draait om veiligheid, consistentie en heldere communicatie.
Wie te vroeg inhaalt, riskeert zware straffen die de hele race kunnen verpesten. Maar wie de uitzonderingen goed kent, kan juist profiteren van een herstart zonder de regels te overtreden.