Een moment van twijfel op volle snelheid bleek genoeg om een zware crash te veroorzaken en een groter probleem bloot te leggen. Wat er in Suzuka gebeurde, zet de discussie over de nieuwe Formule 1-regels op scherp.
Volgens Martin Brundle gaat het niet om een incident, maar om een systeem dat niet klopt. En dat moet snel veranderen. Tijdens de Grand Prix van Japan ontstaat een gevaarlijke situatie tussen Oliver Bearman en Franco Colapinto.
Op hoge snelheid nadert Bearman zijn tegenstander, die op dat moment energie terugwint. Het snelheidsverschil is groot. Bearman wijkt uit naar het gras, verliest controle en crasht hard in de vangrail.
Hoewel hij uit de auto kan stappen en later wordt vrijgegeven door de medische staf, blijft het incident hangen. Niet alleen door de crash zelf, maar door de oorzaak. Volgens Martin Brundle is het een symptoom van een groter probleem in de sport.
Brundle wijst erop dat het verschil in snelheid tussen auto’s op rechte stukken extreem kan oplopen. Dat komt door het energiebeheer van de nieuwe powerunits. Wanneer een coureur energie spaart of terugwint, kan zijn auto plotseling vertragen.
Tegelijk kan een andere coureur met volle kracht naderen.
“Ollie rijdt vol gas en komt aanzetten, en ze komen elkaar tegen in een lange bocht op hoge snelheid.”
Volgens hem was er geen opzet van Colapinto. Het probleem zit in de situatie die ontstaat. Hij vermoedt zelfs dat Colapinto bezig was met zijn stuur en niet volledig zag wat er gebeurde, terwijl zijn auto niet accelereerde zoals verwacht.
Brundle erkent dat snelheidsverschillen altijd al bestonden. Ook in het verleden konden auto’s plots vertragen. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij motorproblemen, schakelfouten of technische defecten. Coureurs konden dat vaak zien of horen.
“Je kon olie ruiken, rook zien of een motor horen haperen. Dan wist je dat er iets mis was.”
Ook in kwalificatiesituaties waren snelheidsverschillen soms groot. Dat hoorde bij de sport. Maar volgens Brundle is er nu iets fundamenteel veranderd. Het gedrag van de auto is minder voorspelbaar geworden.
Power delivery ligt onder vuur
Het grootste probleem zit volgens Brundle in de manier waarop vermogen wordt afgegeven. Dat gebeurt niet meer lineair. De nieuwe systemen combineren verbrandingskracht en elektrische energie. Die balans wordt deels door software bepaald.
Dat leidt tot situaties waarin de auto anders reageert dan de coureur verwacht. Soms versnelt hij, soms niet.
“De vermogensafgifte moet overeenkomen met wat de coureur met het gaspedaal doet. Dat is fundamenteel. Het moet lineair zijn.”
Hij noemt het huidige systeem zelfs “fundamenteel gebrekkig”. Vooral het zelflerende karakter van de systemen baart hem zorgen. Volgens hem mag een coureur niet verrast worden door zijn eigen auto.
De kritiek komt niet alleen van Brundle. Ook coureurs zelf uiten zorgen. Een voorbeeld dat hij aanhaalt is Lando Norris. Die gaf aan dat zijn auto plots besloot in te halen, zonder dat hij dat wilde. Daarna had hij geen energie meer om zich te verdedigen.
Dat wijst op een gebrek aan controle. Volgens de regels moet een coureur de auto zelfstandig besturen, zonder onverwachte ingrepen. Brundle vindt dat deze regel wordt ondermijnd door de huidige technologie.
Brundle stelt dat de FIA moet ingrijpen, en snel ook. De veiligheid staat volgens hem voorop. Hij wijst op de verantwoordelijkheid richting fans, marshals en teamleden langs de baan. Zij mogen geen extra risico lopen.
“Als er nu iets gebeurt en ze hebben niets gedaan, dan krijgt de FIA grote problemen.”
Hij verwacht dat de coureurs hun zorgen officieel hebben gedeeld via de Grand Prix Drivers’ Association. Dat verhoogt de druk op de organisatie om maatregelen te nemen, mogelijk al voor de volgende race in Miami.
Het probleem is niet eenvoudig op te lossen. De huidige powerunits leveren drie keer zoveel elektrische energie als voorheen. Daardoor raakt de batterij snel leeg op lange rechte stukken. Dat zorgt voor plotseling vermogensverlies.
Brundle erkent dat de sport hiermee tussen twee uitersten zit. De techniek biedt veel mogelijkheden, maar ook beperkingen.
“We zitten tussen twee moeilijke opties, want de hardware kan het eigenlijk niet aan.”
Toch gelooft hij dat er verbeteringen mogelijk zijn. Niet alles hoeft op de schop, maar de extreme effecten moeten worden afgevlakt.