Teams met sterke elektrische kennis en nieuwe motorprojecten lijken het meest te profiteren van die reset. De regels voor 2026 veranderen alles tegelijk: powerunits, aerodynamica en inhaalsystemen. Wie daar het slimst op inspeelt, pakt direct terrein.
De powerunits worden volledig herzien. Waar de verhouding nu ongeveer 80 procent verbrandingsmotor en 20 procent elektrisch is, verschuift dat in 2026 naar een exacte 50/50-verdeling.
Dat betekent dat de batterij en elektrische systemen net zo bepalend worden als de verbrandingsmotor. Elektrische systemen leveren bijna drie keer meer vermogen dan nu. Per ronde kan 8,5 MJ aan energie worden teruggewonnen.
Dat is een forse stap, waardoor energiemanagement en batterijprestaties doorslaggevend worden. Daar komt nog een belangrijke wijziging bij in het racen zelf. De bekende DRS verdwijnt en maakt plaats voor een nieuwe Override-modus.
Die modus levert 350 kW tot 337 km/u voor de achtervolger en geeft daarnaast 0,5 MJ extra energie. Inhalen wordt daarmee direct gekoppeld aan slim batterijgebruik. De nadruk verschuift dus zichtbaar.
Teams die uitblinken in elektrische technologie krijgen een structureel voordeel. Dat geldt zeker in de beginfase van 2026, wanneer de onderlinge verschillen nog groot zijn. Niet alleen de powerunit gaat op de schop.
Ook de chassisregels veranderen ingrijpend. De auto’s worden kleiner en lichter, wat gevolgen heeft voor het rijgedrag en de balans. Actieve aerodynamica speelt daarbij een centrale rol.
Het gaat nadrukkelijk niet om actieve vleugels, maar om andere aerodynamische componenten die zich aanpassen aan de situatie op de baan. Dat vraagt om een compleet nieuwe benadering in ontwerp en afstelling.
De combinatie van een lichtere auto en een 50/50-powerunit zorgt voor een ander prestatiedynamiek. Teams moeten zowel mechanisch als elektrisch perfect samenwerken om competitief te zijn.
Tegelijk blijven budgetcaps en homologatieregels van kracht. Die beperken de verschillen, maar niet volledig. In 2026 worden grotere onderlinge verschillen verwacht, waarna het veld in 2027 stabiliseert door die financiële plafonds.
ADUO moet dominantie voorkomen
Om te voorkomen dat één fabrikant langdurig domineert, introduceert de Formule 1 het ADUO-systeem. Motorleveranciers krijgen na races 6, 12 en 18 prestatiechecks.
Blijkt een leverancier achter te lopen, dan mag die extra ontwikkelingsmiddelen inzetten. Dat kan bestaan uit extra budget, meer testbank-uren en zelfs herhomologatie van onderdelen. Voor achterblijvers kan dat oplopen tot 20 kW winst op de verbrandingsmotor.
Daarmee kan een aanvankelijke achterstand van 5 tot 10 procent in prestaties deels worden weggewerkt. Het systeem is ontworpen om een scenario zoals Mercedes in 2014-2017 te voorkomen. Zwakkere units krijgen disproportioneel meer middelen, wat vooral nieuwkomers helpt.
De reset van 2026 biedt vooral kansen aan teams met eigen powerunits of sterke banden met nieuwe motorontwikkelaars. Zij kunnen vanaf nul bouwen, zonder vast te zitten aan oude concepten.
Red Bull werkt samen met Ford Powertrains en profiteert van verticale integratie. ADUO kan helpen om een eventuele achterstand tot 20 kW bij de verbrandingsmotor te dichten.
De verwachting is dat het team vanaf medio 2026 competitief wordt, met een prognose van top-3 in 2027. Er is wel een batterij-achterstand ten opzichte van Mercedes en het aantal testuren blijft beperkt door de budgetcap.
Audi, dat instapt via Sauber, geldt als een van de grootste kanshebbers op lange termijn. Het merk start naar verwachting in 2026 rond P8 tot P10, mede door inexperience en afhankelijkheid van klantenteams.
Tegelijk kan Audi via ADUO extra testbank-uren krijgen na race 6. Met een aanvankelijke 20 kW-achterstand in de verbrandingsmotor en sterke elektro-expertise vanuit de VW-groep past het profiel perfect bij de 50/50-shift. Een opmars richting P5 in 2027 wordt verwacht, vergelijkbaar met de stap die Mercedes in 2014 zette.
Honda, dat samenwerkt met Aston Martin, heeft een competitieve basis. Het merk staat bekend om een sterke verbrandingsmotor en betrouwbaarheid, zoals tijdens het Red Bull-succes. ADUO minimaliseert het risico op achterstand.
De batterij-focus is minder uitgesproken dan bij Mercedes, maar de ervaring kan zorgen voor een stabiele 2026 en top-4-potentieel in 2027. Mercedes geldt als favoriet dankzij zijn batterijkracht.
De Override-modus versterkt dat voordeel, omdat elektrische dominantie direct wordt beloond. Als koploper krijgt Mercedes minder toegang tot ADUO-voordelen. In 2026 wordt een stabiele winstpositie verwacht, met groeiende concurrentie in 2027.
Ferrari beschikt over een gebalanceerde powerunit en bestaande infrastructuur. Het team moet zich aanpassen aan de nieuwe aerodynamische eisen, maar profiteert indirect via klantenteams. De hybride-ervaring biedt een solide basis voor 2026 en 2027.
De kern van 2026 draait om drie harde cijfers. Een 50 procent verbrandingsmotor en 50 procent batterijverdeling. 8,5 MJ terugwinbare energie per ronde. En 350 kW Override-vermogen tot 337 km/u voor de achtervolger.
Daarnaast zijn er vaste ADUO-momenten na race 6, 12 en 18. Leveranciers die achterlopen krijgen extra budget, testuren en de mogelijkheid tot herhomologatie.
Voor Red Bull wordt een prestatiegroei van 5 tot 10 procent geschat via ADUO. Audi start waarschijnlijk rond P8 tot P10 en klimt richting P5 in 2027. In 2026 zijn de verschillen groter, maar in 2027 stabiliseert de grid door budgetcaps en ontwikkelingsbeperkingen.