De seizoensstart van Aston Martin heeft weinig opgeleverd. Na de eerste vijf Grands Prix staat het team op de elfde plaats in het kampioenschap met nul punten.
Daarbovenop kwamen vijf uitvalbeurten in vijf races, waardoor betrouwbaarheid minstens zo’n groot probleem werd als pure snelheid. Toch was er tijdens de GP van Canada een klein lichtpuntje zichtbaar.
Alonso kende een uitstekende openingsfase en werkte zich op van de negentiende naar de tiende plaats. In de eerste stint reed hij zelfs rond de puntenposities, ondanks de beperkte snelheid van de auto.
Dat positieve beeld hield echter niet stand. Naarmate de race vorderde, viel de Spanjaard langzaam terug naar zijn natuurlijke positie in het veld.
Uiteindelijk moest hij zelfs opgeven vanwege een probleem met zijn stoel, die volgens Alonso tijdens de race steeds ongemakkelijker werd.
Die terugval verraste hem nauwelijks. Juist daarin ziet hij het grootste probleem van Aston Martin. De auto kan incidenteel profiteren van omstandigheden, maar beschikt niet over het structurele tempo om die posities vast te houden.
Alonso maakte duidelijk dat hij geen snelle wonderoplossing verwacht. Volgens hem blijft de situatie nog maanden onveranderd.
“Dit is de situatie en zo blijft het tot na de zomer.”
Die uitspraak vat volgens Alonso perfect samen waar Aston Martin momenteel staat. Het team accepteert de realiteit en richt zich volledig op de tweede helft van het seizoen.
Volgens Aston Martin draait alles om een diepgeworteld technisch probleem dat terug te voeren is op de nieuwe samenwerking met Honda.
De introductie van de RA626H-powerunit heeft een kettingreactie veroorzaakt die vrijwel elk onderdeel van de auto raakt. De kern van het probleem zijn ernstige vibraties afkomstig van de motor.
Die trillingen verspreiden zich vervolgens door het chassis en beïnvloeden meerdere systemen tegelijk. Daardoor ontstaan problemen die niet met een eenvoudige update kunnen worden opgelost.
De gevolgen zijn groot. Batterijen degraderen sneller, componenten raken beschadigd of trillen letterlijk los en de omstandigheden voor de coureurs worden merkbaar slechter.
Het effect reikt zelfs tot de raceafstand die de auto’s kunnen afleggen. Waar teams normaal zoeken naar extra snelheid, is Aston Martin soms vooral bezig met het uitrijden van races.
Dat maakt duidelijk waarom Alonso het probleem als fundamenteel omschrijft. De situatie wordt bovendien versterkt door de reglementswijzigingen van 2026. Zowel chassis als powerunit zijn ontworpen volgens volledig nieuwe regels.
Daardoor zijn beide onderdelen sterk met elkaar verweven en kan een probleem aan één kant gevolgen hebben voor het complete pakket.
Alonso noemde de oorzaak van de achterstand bijzonder duidelijk toen hij uitlegde waar de ontbrekende drie seconden per ronde vandaan komen. Hij stelde dat de oplossing uiteindelijk moet komen van meer motorvermogen en een beter aerodynamisch pakket.
“Het fundamentele probleem en de drie seconden achterstand zullen te wijten zijn aan het vermogen van de motor en het aerodynamische pakket.”
Dat betekent automatisch dat een snelle oplossing onmogelijk is. Ontwikkeling, simulaties, windtunnelwerk en productie kosten simpelweg tijd.
Waarom Aston Martin nog maanden moet wachten
Ondanks de tegenvallende resultaten ziet Alonso wel degelijk vooruitgang. Die zit alleen niet direct in grote sprongen op de stopwatch. Veel verbeteringen vinden plaats achter de schermen.
Hij wees daarbij op de vergelijking tussen Miami en Canada. Volgens de Spanjaard werd er flink gewerkt aan de versnellingsbak, de synchronisatie van de versnellingen en het terugschakelen.
Daardoor voelde de auto beter aan, ondanks dat het basisontwerp grotendeels hetzelfde bleef.
Die optimalisaties leveren weliswaar geen spectaculaire tijdswinst op, maar zorgen ervoor dat het team steeds beter begrijpt hoe het nieuwe pakket functioneert. Iedere sessie levert nieuwe data op die later gebruikt kan worden.
Alonso verwacht daarom nog meer kleine verbeteringen tussen de komende races. Toch blijft hij realistisch over wat die updates kunnen bereiken. Ze zullen het fundamentele gat naar de top niet dichten.
Honda speelt een belangrijke rol in het verdere herstelplan. Honda-tracksidemanager Shintaro Orihara heeft aangegeven dat de fabrikant na de zomerstop aanzienlijke stappen wil zetten met de powerunit.
Dat moment valt samen met de periode na de Grand Prix van Hongarije. Pas dan verwacht Aston Martin voldoende nieuwe onderdelen en ontwikkelingsruimte te hebben om het pakket daadwerkelijk sterker te maken.
De race in Montréal vormde eigenlijk een perfecte samenvatting van het huidige Aston Martin-verhaal. De openingsfase zag er veelbelovend uit, maar uiteindelijk kwamen dezelfde beperkingen weer bovendrijven.
Alonso reed aanvankelijk boven verwachting. Zijn start was sterk en hij wist meerdere auto’s achter zich te houden. Toch begon de terugval al snel zodra het raceverloop normaliseerde.
Volgens Alonso gebeurt dat vrijwel ieder weekend. Soms profiteert het team van een goede start of een slimme strategie, maar vervolgens verdwijnt het voordeel doordat de onderliggende snelheid ontbreekt.
Daar kwam nog een nieuwe tegenvaller bovenop. Het stoelprobleem dat uiteindelijk tot zijn uitvalbeurt leidde, benadrukte opnieuw hoe kwetsbaar het totale pakket momenteel is.
Ook Aston Martin-trackside officer Mike Krack trok harde conclusies. Hij waarschuwde dat het team op bepaalde gebieden simpelweg beter moet presteren om dergelijke situaties te voorkomen.
Dat maakt duidelijk dat Aston Martin niet alleen snelheid mist, maar ook op operationeel vlak nog werk te verrichten heeft voordat het structureel kan meedoen in het middenveld.